Live Live

Burgemeester reikt Mobilisatie-Oorlogskruis uit

Gepubliceerd: Woensdag 28 augustus 2019 18:37

Burgemeester reikt Mobilisatie-Oorlogskruis uit

Een Mobilisatie-Oorlogskruis is een bijzondere onderscheiding en werd ingesteld in 1948, voor militaire inzet gedurende de periode 1939 – 1945.

Nissewaard - Burgemeester Foort van Oosten reikt op donderdag 29 augustus om 15.00 uur op het stadhuis van Nissewaard een Mobilisatie-Oorlogskruis uit aan de nabestaanden van de heer Constant Jansen. Hij doet dit namens de Minister van Defensie. De onderscheiding postuum wordt uitgereikt aan de zoon van de heer Jansen, Robert Jansen. Meerdere familieleden zijn aanwezig, waaronder ook de weduwe van Constant Jansen.

Een Mobilisatie-Oorlogskruis is een bijzondere onderscheiding en werd ingesteld in 1948, voor militaire inzet gedurende de periode 1939 – 1945. In de vormgeving is de militaire inzet tegen de bezetters van het grondgebied van het Koningrijk der Nederlanden tijdens de Tweede Wereldoorlog tot uitdrukking gebracht. Constant Jansen heeft zeer veel meegemaakt en met de uitreiking wil de Minister van Defensie een uiting van respect en waardering geven voor de inzet van Constantijn Jansen voor ons land in buitengewoon moeilijke tijden. “Dit respect en de waardering is tijdloos en wij willen dit ook na zo vele jaren nog tot uitdrukking brengen.”

Constant Jansen is geboren op 23 september 1919 in Kedong Djati in voormalig Nederlands-Indië. In 1941 kwam hij in dienst van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) als militie soldaat. Militie soldaten waren weerbare mannen tussen de 16 en 56 die werden opgeroepen voor dienstplicht. De militie eenheden waren belast met de lokale verdediging en het bewaken van orde en rust.

Nadat de geallieerde marine-strijdkrachten op 17 februari 1942 de Slag in de Java Zee hadden verloren, landden de Japanse landstrijdkrachten op Java’s noordkust en na hevige gevechten moesten de Nederlandse, Engelse en Amerikaanse strijdkrachten zich uit dit gebied terugtrekken. De troepen van KNIL moesten het onderspit delven tegen de Japanse overmacht en in maart 1942 werd de heer Jansen krijgsgevangene gemaakt en in één van de vele krijgsgevangenenkampen geïnterneerd.

Aan dit gevangenschap kwam in augustus 1945 een einde, toen het Japanse leger capituleerde. Tijdens zijn gevangenschap heeft Constant Jansen verschrikkelijke dingen meegemaakt. Zo werd hij getransporteerd naar het eiland Ceram, een verschrikkelijke reis zonder drinkwater die door veel mannen niet is overleefd. Het kamp, ook wel het Julianakamp genoemd, had lange werkdagen met weinig eten en drinken, slechte sanitaire voorzieningen en constante blootstelling aan mishandelingen door de Japanse en Koreaanse bewakers. De mannen moesten hier keihard werken en veel kampgenoten kwamen om door ziektes of door ongelukken. In 1943 werd Constant Jansen overgebracht naar een ander eiland, waar de gevangenen zelf het kamp moesten opbouwen en een militair vliegveld moesten bouwen. Hier volgde in december een bombardement waarbij hij zwaar gewond raakte en uiteindelijk zijn been verloor. De omstandigheden in dit kamp waren zo erbarmelijk dat er meer dan 350 doden vielen in zes maanden tijd door ziekte, slechte hygiëne en onvoldoende voeding. De Japanners waren uiteindelijk genoodzaakt om de vele zieke en gewonde krijgsgevangenen terug te transporteren naar Ambon en daarna naar Java, waar Constant na de bevrijding ingedeeld werd in het 10e bataljon infanterie in Batavia. Hier kreeg hij te horen dat zijn broers Jim en Frits de oorlog niet hadden overleefd.

Deel deze pagina: