Heenvliet – In een rustig huis in Heenvliet liggen bolletjes wol, breinaalden en diverse creaties. Voor de meeste mensen is breien een hobby voor af en toe, maar voor de 89-jarige Hester Bevaart-van Bergen is het al een leven lang een vertrouwde bezigheid. Al meer dan tachtig jaar lang glijden de naalden door haar handen. En stoppen? Daar denkt ze voorlopig nog niet aan. ‘Als het aan mij ligt, ga ik gewoon door zolang het lukt.’
Breien leerde Hester al toen ze nog een klein meisje was. In die tijd hoorde handwerken gewoon bij het schoolprogramma. ‘Op de lagere school moest je al breien en borduren’, vertelt ze. ‘Je leerde ook dichtmazen en kleren verstellen. Tegenwoordig kunnen veel mensen niet eens meer een knoop aanzetten. Dat vind ik eigenlijk wel zonde.’ Thuis kreeg ze bovendien hulp van haar oudere zus, die volgens Hester een echt talent was in handwerken. ‘Mijn zus was veertien jaar ouder en een genie met naald en draad. Van haar heb ik veel geleerd.’
Breien tussen werk en gezin
Toch was er een periode in haar leven waarin de breinaalden wat vaker in de kast lagen. Samen met haar man runde Hester jarenlang een winkel. ‘Toen had ik er niet zo veel tijd voor’, vertelt ze. ‘Pas na mijn pensioen ben ik weer echt meer gaan breien.’
Dat kwam goed uit, want op een dag kreeg ze een enorme voorraad wol. ‘Voor veel mensen blijft zo’n hobby toch liggen. Dan krijg ik weer zakken wol en kan ik weer vooruit.’ Nieuw wol is nog steeds welkom bij de Heenvlietse, zodat zij voorlopig kan blijven breien.
Sjaals voor wie het nodig heeft
Breien is voor Hester meer dan alleen een tijdverdrijf. Een deel van haar werk gaat naar mensen die het minder goed hebben. ‘Ik heb ook regelmatig sjaals gebreid voor daklozen’, zegt ze. ‘Die geef ik dan aan iemand die ze via de kerk verder brengt.’
Ook voor jonge gezinnen pakt ze nog regelmatig haar breinaalden. ‘Als er ergens een baby op komst is, ga ik een kleedje maken. Meestal voor bekenden. Mijn dochter haalt dan wol en ik ga aan de slag.’
Handwerken met de kleuters
Naast haar eigen breiwerk gaf Hester haar hobby ook door aan anderen. Zo was ze een tijd vrijwilliger op een basisschool. ’Elke dinsdagmiddag ging ik handwerken met de kleuters’, vertelt ze. ‘Later ook met wat oudere kinderen die wilden leren breien. Dat vond ik hartstikke leuk.’ Het contact met mensen met dezelfde interesse gaf haar veel plezier. ‘Het zou me nog steeds leuk lijken als iemand met dezelfde hobby eens gezellig komt breien.’
Minder zicht, maar nog steeds plezier
Hoewel Hester inmiddels slecht ziet en hoort, laat ze zich daardoor niet tegenhouden. Het breien gaat tegenwoordig wat rustiger, maar de routine zit diep in haar vingers. ‘Donkere kleuren gaan niet meer’, legt ze uit. ‘Het moeten lichte kleuren zijn, die zie ik beter. Ik zit altijd bij het raam voor het licht.’
Moeilijke patronen maakt ze niet meer. ‘Vroeger haakte ik ook stola’s en ingewikkelde dingen. Nu houd ik het simpel. Sjaals en kleedjes. Maar het breien gaat eigenlijk automatisch. Ik ben blij dat ik dit nog kan.’ Als ze terugkijkt op alles wat ze in al die jaren heeft gemaakt, is er één werk waar ze nog altijd met trots aan denkt. ‘Een stola met een ananassenpatroon’, zegt ze.
Een advies voor de nieuwe generatie
Hoewel handwerken volgens haar een beetje uit de mode is geraakt, ziet Hester dat het langzaam weer populairder wordt. En dat vindt ze een goede ontwikkeling. Wat ze jonge mensen wil meegeven? Daar hoeft ze niet lang over na te denken. ‘Begin bij de basis’, zegt ze nuchter. ‘Leer eerst maar eens een knoop aanzetten.’
En zelf? Stoppen staat voorlopig nog niet op haar lijstje. Zolang er wol is en haar handen meewerken, pakt Hester haar breinaalden er gewoon weer bij. ‘Ik vind het gewoon leuk om te doen’, zegt ze. ‘En zolang dat zo is, ga ik door.’