Ineke rolde begin jaren negentig min of meer vanzelf de club binnen. ‘Mijn dochter had een vriendje dat hier voetbalde’, vertelt ze. Haar man Koos voetbalde destijds nog op hoog niveau en werd gevraagd om te helpen. ‘En dan rol je erin. Van het een komt het ander.’ Wat begon als ondersteuning, groeide uit tot een onmisbaar onderdeel van het verenigingsleven. Ineke kijkt met veel vreugde terug op die jaren. ‘Natuurlijk was er wel eens ongein of ruzie, maar het was vooral een verrijking van mijn leven. Het was ook echt mijn dingetje.’
Samen met Koos, die enkele jaren geleden overleed, vormde Ineke jarenlang het vertrouwde gezicht van de commissiekamer op zaterdagen. Wie daar binnenliep, werd begroet met een glimlach, een kop koffie en een luisterend oor. Koos, die lange tijd MS had, bleef dankzij de club actief en betrokken. ‘Dat hield hem op de been’, zegt Ineke. Hun gezamenlijke inzet maakte de club tot een tweede thuis.