‘Dag één zit erop en het ging goed’, vertelt Rhijn gisteravond opgewekt aan LINQ Media. Samen met zijn man Jan bereidt hij zich elk jaar goed voor op het wandelevenement. ‘We boeken het hotel in Doorwerth al een jaar van tevoren. Alles is strak gepland: van parkeren bij de P+R tot het verzorgen van onze voeten na afloop.’ Rhijn loopt dit jaar 40 kilometer per dag. ‘De eerste keren was het 50, maar dit is nu beter te doen.’ De routine zit er na al die jaren goed in. ‘Na de finish: bus, auto, hotel, douchen, insmeren met crème en speciale olie van de pedicure, en dan fris aan het eten.’ Vrijdag hoopt Rhijn de eindstreep opnieuw te halen. ‘Dan zeg ik weer: dat heb ik toch maar mooi gedaan.’
Negen blaren en twee teennagels
Wat hem motiveert om elk jaar weer mee te doen? ‘De sfeer. Het is verslavend. De eerste keer liep ik negen blaren en twee teennagels eraf. Toen zei ik: nooit meer. Maar een halfjaar later begon het alweer te kriebelen.’ Voorbereiding is essentieel, vindt Rhijn: ‘We sporten elke ochtend buiten en lopen in het weekend zo’n 5 tot 15 kilometer. Maar het zit ook tussen je oren. Je moet je eigen tempo lopen, rust nemen, en genieten.’ Met elke dag een ander kledingthema, zoals de feestelijke Roze Woensdag, is ook de Vierdaagse zelf één groot feest. ‘Er staan overal podia, er treden artiesten op. Ik merk ook dat er steeds meer jongeren meedoen. Het is echt een feestje.’