Bij de Bijenstek in Zuidland leren beginnende imkers het vak. De vereniging, die zo’n zestig leden telt, beheert bewust niet meer dan twaalf volken, om concurrentie met wilde bijen te voorkomen. ‘Solitairbijen leven vaak van één plantensoort of plantenfamilie. Als die verdwijnt, verdwijnen zij ook. Daarom kiezen wij voor balans.’
Tijdens open dagen, zoals Kom in de Kas, stroomt het publiek toe. Bezoekers kijken in kasten met glazen dekplaten, proeven honing en leren over het belang van biodiversiteit. ‘We willen mensen inspireren hun tuin bijvriendelijker te maken met wilde bloemen, zonder gif.’
Aandacht en samenwerking
Toch is het imkeren niet zonder uitdagingen. De varroamijt, wintersterfte en ook de Aziatische hoornaar bedreigen de bijenstand. ‘Die hoornaar is echt een zorg. Eén nest eet zo’n twaalf kilo insecten per jaar, waarvan ongeveer 1/3 honingbijen en 2/3 andere insecten. Deze exoot is dus vervelend voor onze honingbijen, maar een nog grotere bedreiging voor de rest van de insecten in Nederland. We moeten dit serieus nemen.’ Jan blijft echter positief. ‘Met aandacht en samenwerking kunnen we veel. En misschien leren onze bijen zich, net als in Azië, op den duur zelf te verdedigen.’