Regio – Maar liefst 85 procent van de inwoners van Rotterdam-Rijnmond heeft geen compleet noodpakket in huis. Hoewel twee op de drie inwoners maatregelen hebben genomen om zich voor te bereiden op een noodsituatie, blijft het samenstellen van een volledig noodpakket achter. Dat blijkt uit een flitspeiling van Ipsos I&O in opdracht van Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond.
Ruim de helft van de inwoners (53 procent) heeft inmiddels een noodpakket in huis of is bezig er een samen te stellen. Slechts 15 procent beschikt over een compleet pakket. Zo'n pakket moet mensen helpen zich te redden bij bijvoorbeeld een langdurige stroomstoring, uitval van drinkwater of problemen met de voedselvoorziening.
Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond is onlangs een campagne gestart die aansluit bij de landelijke campagne Denk Vooruit. Daarmee wil de veiligheidsregio inwoners stimuleren zich beter voor te bereiden op mogelijke noodsituaties.
Minder inwoners praten over noodsituaties
Uit het onderzoek blijkt dat 66 procent van de inwoners minstens één stap heeft gezet om zich voor te bereiden. Het maken van concrete afspraken blijft echter achter. Slechts 23 procent heeft met huisgenoten, familieleden of buren besproken wat zij moeten doen als zich een noodsituatie voordoet.
Ook wordt er minder over mogelijke noodsituaties gesproken. In juni gaf nog 45 procent van de inwoners aan hierover met anderen te hebben gepraat. Inmiddels is dat percentage gedaald naar 39 procent.
Volgens Arjen Littooij, algemeen directeur van Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, is het belangrijk om vooraf na te denken over mogelijke noodsituaties. 'Een noodsituatie komt vaak onverwacht. Wie vooraf heeft nagedacht en het er thuis of met de buren over heeft gehad, weet wat te doen en heeft meer rust. Daarvoor hoef je geen groot pakket te kopen. Begin met een paar dingen die je al in huis hebt, praat erover en maak samen afspraken', aldus Littooij.
Onder inwoners die nog geen voorbereidingen hebben getroffen, is de bereidheid om daarmee te beginnen wel toegenomen. In juni gaf 10 procent aan zeker van plan te zijn een noodpakket samen te stellen en een noodplan te maken. Inmiddels is dat gestegen naar 14 procent.
Noodsteunpunten bij veel inwoners onbekend
Meer dan de helft van de inwoners (55 procent) wil meer informatie van de overheid over de voorbereiding op noodsituaties. Vooral over de zogenoemde noodsteunpunten bestaat onduidelijkheid. Bijna drie op de tien inwoners (29 procent) willen daar meer over weten. Onder 65-plussers ligt dat percentage met 41 procent nog hoger.
Tegelijkertijd weet slechts 12 procent van de inwoners wat een noodsteunpunt precies is. Dergelijke steunpunten moeten inwoners ondersteuning bieden wanneer bij een noodsituatie reguliere voorzieningen uitvallen.
Gemeenten en veiligheidsregio's houden in 2026 oefeningen om te onderzoeken hoe deze steunpunten moeten functioneren. Het is de bedoeling dat in 2027 een stelsel van noodsteunpunten en coördinatiepunten wordt opgezet.
Voorbereiden in drie stappen
De overheid adviseert inwoners om zich op drie manieren voor te bereiden op een noodsituatie. Allereerst door een noodpakket samen te stellen met onder meer drinkwater, houdbaar voedsel, contant geld, een zaklamp en een radio op batterijen.
Daarnaast wordt geadviseerd een noodplan te maken, waarin bijvoorbeeld wordt afgesproken waar gezinsleden elkaar kunnen vinden wanneer telefoon- en internetverbindingen uitvallen. Ook het bespreken van mogelijke noodsituaties met familie, vrienden en buren maakt deel uit van de voorbereiding.
Via het regionale incidentenplatform Rijnmondveilig.nl en de bijbehorende app kunnen inwoners informatie vinden over risico's in hun omgeving en de voorbereiding daarop. Ook worden via deze kanalen meldingen over incidenten in de regio verspreid.