Voorne aan Zee - Burgemeester Arno Scheepers van Voorne aan Zee is maandag 20 april naar Den Haag afgereisd om de minister van Volksgezondheid opnieuw te vragen meer te handhaven op de stankoverlast van cannabiskwekerij CanAdelaar in de polder bij Hellevoetsluis.
De kas van 56 hectare staat er als onderdeel van een experiment van het Rijk, waarbij wordt gekeken of een systeem van gereguleerde cannabisproducten, staatswiet, in Nederland mogelijk is. Het experiment verloopt goed, op één onvoorzien probleem na: de wietstank. De gemeente heeft zelf al veel geprobeerd om de overlast voor omwonenden te beperken. Zo heeft de kwekerij al voor 3,5 miljoen euro aan lasten onder dwangsom opgelegd gekregen. Er zijn maatregelen getroffen, zoals een afzuiginstallatie, maar op dit moment lijkt nog niets te helpen. De burgemeester wil dat de minister meer gaat handhaven.
Toegeven
“Den Haag heeft gewoon verzuimd om daar regels voor te maken”, zegt hij. “Het begint ermee dat ze eerst toegeven: ja, dat hebben we niet goed gedaan. En daarna gaan we jullie helpen om het op te lossen. Ik vind dat Den Haag zijn rol moet pakken. Het is een experiment van het Rijk, dus zij zullen er ook voor moeten zorgen dat die overlast wordt opgelost. Wij moeten nu de hele tijd als gemeente Voorne aan Zee met onze blote handen de kastanjes uit het vuur halen, en daar ben ik wel een beetje klaar mee.”
Bij het gesprek waren juristen aanwezig. “Het was best wel een verhaal met heel veel regeltjes en allerlei wetsartikelen. Uiteindelijk heb ik gezegd: jongens, ik snap dat die wet er is, ik snap dat die regels er zijn. En tegelijkertijd: kijk nou even naar al die inwoners die niet meer buiten kunnen zitten, van wie de kleinkinderen niet meer buiten kunnen spelen. Mensen die hun raam niet meer open kunnen zetten omdat het de hele dag naar wiet stinkt. Betrek nou de menselijke maat bij je besluit. Dat pleidooi heb ik gedaan.”
Rugdekking
De minister van Volksgezondheid doet over enkele weken een uitspraak over het verzoek van de burgemeester. Die laat de inwoners intussen niet zitten. “Als wij geen steun krijgen vanuit Den Haag, dan gaan we gewoon zelf verder, want we zijn het aan onze inwoners verplicht om ervoor te zorgen dat dit wordt opgelost. We voelen dat ook echt zo. Maar ik doe het wel het liefst met de rugdekking van de minister. Want ja, als gemeente hebben we natuurlijk minder slagkracht dan wanneer Den Haag ook zijn verantwoordelijkheid pakt.”