Wouter (rechts) doet voor de tweede keer met de Nijmeegse Vierdaagse
Nijmegen - Om 2.15 uur gaat de wekker en twee uur later staat hij alweer aan de start. Wouter Struijk uit Spijkenisse loopt deze week voor de tweede keer de Nijmeegse Vierdaagse. Iedere dag legt hij 50 kilometer af. ‘Na de eerste keer zei ik: dit doe ik nooit meer. Maar nu loop ik toch weer mee.’
Wouter is tijdens het telefoongesprek al volop onderweg. Het is 9.00 uur, maar hij heeft er al zo’n vijf uur wandelen op zitten. Samen met zijn broer en vrienden probeert hij de tweede dag van de Vierdaagse door te komen. ‘Dit schijnt een cruciale dag te zijn’, vertelt hij. ‘Als je deze uitloopt, zeggen ze dat je de Vierdaagse meestal ook wel haalt. De meeste blessures ontstaan op dag één of twee. De laatste dag is vooral doorzetten.’
Met dank aan zijn nichtje
Dat Wouter opnieuw meedoet, heeft alles te maken met zijn elfjarige nichtje. Zij loopt onder begeleiding dagelijks 30 kilometer. ‘Toen dacht de familie: dan gaan we met zijn allen. Dat vond ik zo leuk dat ik besloot nog een keer mee te doen.’
Samen wandelen zit er onderweg niet in, want de deelnemers lopen verschillende afstanden en dus ook verschillende routes. Wouter moet als man onder de zestig dagelijks 50 kilometer afleggen. Dat doet hij met een groep van vijf: zijn broer en een paar vrienden, allemaal uit Spijkenisse.
Om de moed erin te houden, gaat er een speaker mee. ‘We hebben van tevoren met de hele groep een playlist gemaakt. Dat helpt echt. Een beetje muziek erbij maakt het toch gezelliger.’
Van ‘ik wil naar huis’ tot volop genieten
Juist die gezelligheid vindt Wouter het mooiste aan de Vierdaagse. Want wie dagelijks tien tot twaalf uur loopt, heeft onderweg genoeg moeilijke momenten. ‘Je hebt de hele dag pieken en dalen. Het ene moment denk je: wat ben ik aan het doen, ik wil naar huis. Even later vind je het weer hartstikke leuk. Dat wisselt de hele dag. Daarom moet je elkaar er soms echt doorheen slepen.’
Dat geldt niet alleen voor zijn eigen wandelgroep. Ook andere deelnemers worden geholpen als dat nodig is. ‘Tijdens de laatste twee kilometer zagen we gisteren mensen die er echt slecht aan toe waren. Dan geef je ze wat water of ORS. Soms hebben mensen zelf helemaal niet door hoe slecht het gaat. Ze lopen scheef en iedereen ziet het, behalve zijzelf.’
Vooral niet te warm
Over zijn voorbereiding is Wouter eerlijk: die had beter gekund. ‘Normaal gesproken moet je natuurlijk veel trainen, zorgen dat je schoenen goed zitten en de juiste spullen meenemen. Je verbrandt onderweg ontzettend veel calorieën.’
Gelukkig werkt het weer redelijk mee. ‘Vandaag viel er even een buitje, maar het is in ieder geval niet warm. Dat is heel fijn, want anders ga je nog meer zweten en verbrand je nóg meer calorieën.’
Vooral slapen
Rond 16.00 uur verwacht Wouter klaar te zijn. Daarna drinkt de groep iets in Nijmegen en reist iedereen terug naar het huis waar ze met familie verblijven. Daar wordt gezamenlijk gegeten en dan is het vooral: snel naar bed. ‘Van de Nijmeegse feesten krijgen we eigenlijk niet zoveel mee. Als je om 4.00 uur start en om 2.15 uur alweer moet opstaan, wil je vooral slapen.’
Juist dat slaaptekort vindt hij zwaar. ‘Ik ben niet gewend om om 21.00 uur naar bed te gaan. De eerste nacht val je met een beetje geluk om 23.00 uur in slaap en drie uur later gaat de wekker alweer. Dat breekt je nog het meest op.’
En als hij straks de eindstreep heeft gehaald? ‘Dan ga ik héél goed slapen. En natuurlijk een klein biertje drinken.’