Nissewaard - De gemeente Nissewaard staat voor een grote opgave. Veel schoolgebouwen zijn verouderd en moeten de komende jaren worden gerenoveerd of vervangen. Daarvoor is tot 2042 naar schatting meer dan 100 miljoen euro nodig. De eerste projecten en levensduurverlengende maatregelen zijn inmiddels afgerond, maar het wordt steeds lastiger om voldoende geld beschikbaar te stellen. In het LINQ-radioprogramma Notulen benadrukt onderwijswethouder Hanneke Stengs het belang van blijvende investeringen in goede schoolgebouwen. ‘Onderwijs vormt de ruggengraat van de samenleving.’
Veel schoolgebouwen in Nissewaard dateren uit de jaren 70 en 80. Sommige zijn zelfs nog ouder en stammen uit de jaren 50 en 60. Vooral in de new town Spijkenisse werden destijds in korte tijd complete woonwijken gebouwd, met bijbehorende scholen. Inmiddels zijn veel van die gebouwen toe aan een grondige opknapbeurt. Volgens wethouder Hanneke Stengs is het onmogelijk om al die scholen tegelijkertijd aan te pakken. ‘Er zijn veertig jaar geleden zo’n vijf of zes wijken in één keer gebouwd, inclusief allerlei scholen. Na veertig jaar moet je toch gaan renoveren. Dat kunnen we niet tegelijkertijd met zoveel scholen.’
Daarom werkt de gemeente met het Integraal Huisvestingsplan (IHP), dat doorloopt tot 2042. Hierin bepalen de gemeente en schoolbesturen samen welke gebouwen als eerste worden aangepakt. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de technische staat, maar ook naar de ontwikkeling van wijken en het aantal kinderen dat er woont.
Slechtste scholen krijgen voorrang
Om te bepalen welke schoolgebouwen het dringendst aan vernieuwing toe zijn, laat de gemeente inspecties uitvoeren. Scholen krijgen op basis van hun staat een beoordeling. Gebouwen met ernstige tekortkomingen krijgen een rode of oranje score, wat aangeeft dat er urgentie is om deze aan te pakken. De afgesproken maatregelen voor de eerste fase van het IHP zijn inmiddels uitgevoerd, maar er staan nog altijd rode scholen op het lijstje. Voorbeelden zijn De Rank in de Lisstraat en de Jan Campert. Beide gebouwen zijn ruim zestig jaar oud.
Naast de ouderdom van gebouwen speelt het veranderende klimaat een steeds grotere rol. Vooral hoge temperaturen en de luchtkwaliteit vormen een uitdaging. ‘We willen niet meer dat scholen moeten zeggen dat kinderen thuis moeten blijven omdat het te warm is’, aldus Stengs.
Nieuwe scholen al in gebruik
De afgelopen jaren heeft Nissewaard verschillende projecten afgerond. Zo zijn nieuwe gebouwen gerealiseerd voor Paus Johannes en CBS Marimba in het Sterrenkwartier. Ook werd basisschool De Vlasbloem in Zuidland uitgebreid.
In 2026 werden bovendien de nieuwe Penta Mavo, mycollege en integraal kindcentrum De Dijkwachter in gebruik genomen. In De Dijkwachter zijn basisscholen De Hoeksteen en De Piramide samengebracht, samen met kinderopvang en een gymzaal die ook door sportverenigingen kan worden gebruikt.
Volgens Stengs verschillen moderne schoolgebouwen sterk van oudere scholen. Er is meer aandacht voor licht, openheid en verschillende manieren van leren. Leerlingen kunnen zich terugtrekken om zelfstandig te werken, maar ook samenkomen in kleinere ruimtes. ‘Het is niet zomaar een gebouw. Het is een gebouw waar herinneringen ontstaan’, zegt de wethouder. ‘Waar je vrienden ontmoet en waar je later bij een reünie op terugkijkt.’
Charles de Foucauld
Niet alle nieuwbouwprojecten verlopen zonder problemen. Rond de nieuwe Penta Mavo bestaat nog altijd een verschil van inzicht tussen de gemeente en het schoolbestuur over de verhuizing van de Charles de Foucauld.
Volgens de gemeente was in 2019 afgesproken dat Charles de Foucauld en Scala Rietvelden samen in het nieuwe gebouw zouden worden ondergebracht. Uiteindelijk verhuisde alleen Scala Rietvelden. Charles de Foucauld bleef op de bestaande locatie. ‘Wij hadden de afspraak gemaakt dat deze twee scholen in dit gebouw zouden komen. Daar hebben we nu een meningsverschil over’, vertelt Stengs. De kwestie ligt inmiddels bij de rechter. Wanneer er duidelijkheid komt, weet de wethouder niet.
Nieuwbouw in Spijkenisse-Noord
Een belangrijk project voor de komende jaren is de geplande nieuwbouw voor De Rank en de Jan Campertschool in Spijkenisse-Noord. De gemeente onderzoekt daarbij of de vernieuwing van schoolgebouwen gecombineerd kan worden met woningbouw en een bredere aanpak van de wijk. Volgens Stengs biedt dat kansen om niet alleen het onderwijs, maar ook de leefomgeving te verbeteren.
Buiten Spijkenisse blijven eveneens investeringen nodig. Daarnaast werkt de gemeente samen met schoolbesturen over de toekomst van scholen, zoals bijvoorbeeld in Geervliet en Heenvliet.
Meer dan 100 miljoen euro nodig
De financiële opgave is groot. Volgens Stengs gaat het richting 2042 om een geraamd bedrag van meer dan 100 miljoen euro. Hoe hoog de uiteindelijke kosten uitvallen, is onzeker. ‘We weten allemaal dat de prijzen omhoog gaan. Materialen worden duurder en arbeid wordt duurder. Je kunt nu niet zeggen hoeveel we in 2042 daadwerkelijk kwijt zijn geweest.’
Voor de eerste vierjaarsperiode was ongeveer 25 miljoen euro beschikbaar. De wethouder hoopt dat voor de volgende periode opnieuw een vergelijkbaar bedrag kan worden vrijgemaakt. Daarnaast vormt de beperkte capaciteit van het elektriciteitsnet een risico. Bij eerdere nieuwbouwprojecten waren gesprekken met netbeheerder Stedin noodzakelijk om problemen te voorkomen.
Beslissend jaar voor nieuwe plannen
In 2027 gaan gemeente en schoolbesturen opnieuw om tafel om de prioriteiten voor de volgende vier jaar vast te stellen. Dan moet ook duidelijk worden welke projecten financieel haalbaar zijn. Stengs benadrukt dat de gemeente niet alleen afhankelijk is van eigen middelen. Ook steun vanuit het Rijk is volgens haar onmisbaar.
Ondanks de uitdagingen blijft de ambitie overeind: in 2042 moeten leerlingen in Nissewaard onderwijs kunnen volgen in gezonde, duurzame en toekomstbestendige gebouwen. De wethouder wil voorkomen dat over veertig jaar opnieuw tientallen scholen tegelijkertijd aan vervanging toe zijn. ‘We moeten de vernieuwing spreiden en flexibel bouwen. Zodat de gebouwen ook geschikt zijn voor het onderwijs van de toekomst.’